Skip to main content
Dutch Ministry of Justice pilots mintBlue for fraud signal exchangeRead the story
TECH POLICY

Horizontaal toezicht, maar dan wiskundig

Wat is horizontaal toezicht en waar wringt het? En de volgende stap: hetzelfde vertrouwen, maar met wiskundig bewijs in plaats van afspraken.

NvdB

Niels van den Bergh

CEO

July 15, 2026

Horizontaal toezicht, maar dan wiskundig

Inleiding

Twintig jaar geleden ruilde de Belastingdienst controle achteraf in voor vertrouwen vooraf. Geen boekenonderzoek na elke aangifte, maar een werkrelatie: jij laat zien dat je fiscale processen op orde zijn, en de fiscus vertrouwt je op je woord. Minder afzonderlijke controles, snellere zekerheid over het fiscale jaar, een samenwerking in plaats van een kat-en-muisspel.

Dat systeem heet horizontaal toezicht, en het heeft zich de afgelopen twee decennia in de praktijk bewezen als werkbaar model. Het heeft alleen een zachte kern: het vertrouwen berust op afspraken, niet op bewijs.

Wat als je dat vertrouwen niet hoefde af te spreken, maar kon bewijzen?

Wat is horizontaal toezicht?

Horizontaal toezicht is het toezichtmodel van de Belastingdienst dat gebouwd is op samenwerking, wederzijds vertrouwen, begrip en transparantie. De kerngedachte is meer afstemming vooraf dan controle achteraf.

Om te begrijpen wat dat betekent, helpt het om het te vergelijken met het alternatief. Het klassieke model heet verticaal toezicht. Je dient je aangifte in, de Belastingdienst doet steekproeven, corrigeert waar nodig, en legt bij fouten een naheffing of boete op. Belastingplichtige en fiscus staan tegenover elkaar in een hiërarchische verhouding: de toezichthouder controleert, de ondernemer ondergaat dat. De controle zit achterin het proces, lang nadat de feiten zijn vastgelegd.

Bij horizontaal toezicht sta je niet tegenover de Belastingdienst, maar naast hem. De belastingplichtige laat zien dat zijn fiscale processen kloppen, de Belastingdienst vertrouwt op die interne beheersing, en de controle achteraf wordt een stuk lichter. Transparantie is de basis, niet wantrouwen.

Horizontaal toezicht is dus geen belastingvoordeel. Je betaalt niet minder belasting omdat je meedoet; het is een vorm van toezicht, geen regeling. De winst zit in voorspelbaarheid, snelheid en minder frictie.

De gedachte is niet nieuw. Horizontaal toezicht ontstond in Nederland halverwege de jaren 2000, in eerste instantie met grote ondernemingen. De achterliggende redenering was simpel: als een organisatie haar fiscale zaken aantoonbaar goed op orde heeft, is het zonde van ieders tijd om elke aangifte jaren later nog eens helemaal over te doen. Beter om die energie te steken in bedrijven waar de risico's groter zijn. Toezicht werd zo een kwestie van waar je je aandacht op richt, en vertrouwen werd de manier om die keuze te maken.

Die afspraken worden neergelegd in een convenant. Het convenant is het hart van horizontaal toezicht: een formeel document dat de samenwerking beschrijft, de verwachtingen vastlegt, en de spelregels bepaalt voor beide partijen. Zonder convenant geen horizontaal toezicht.

Hoe werkt het nu?

Een convenant heeft een vaste looptijd. Individuele convenanten worden doorgaans afgesloten voor drie jaar.

Voordat er überhaupt een convenant komt, moet de ondernemer of organisatie aantoonbaar "in control" zijn over de eigen fiscale processen. Dat vereist een Tax Control Framework, ook omschreven als de beheersing van het aangifteproces. Je laat zien dat je je fiscale risico's systematisch beheerst. Je processen zijn zo ingericht dat fouten worden onderschept voordat ze in een aangifte belanden. De Belastingdienst kijkt daarbij naar de kwaliteit van het proces zelf: hoe gegevens worden verzameld, wie de fiscale risico's beoordeelt, welke controles er in de administratie zitten. Hij wil kunnen steunen op dat systeem, niet het zelf opnieuw opbouwen.

Op basis van die beheersing vertrouwt de Belastingdienst de ingediende aangiftes en keurt die in beginsel goed zonder aanvullende controle. Het fiscale jaar wordt daarmee definitief afgesloten. De praktische voordelen zijn concreet: je hebt een vaste contactpersoon bij de Belastingdienst die je dossier kent, je krijgt sneller een definitieve aanslag, fiscale vraagstukken kun je vooraf afstemmen zodat er geen verrassingen zijn achteraf, en het aantal afzonderlijke boekenonderzoeken daalt. Snelheid en voorspelbaarheid onderscheiden horizontaal toezicht van het traditionele model.

Grote organisaties doen dit via een individueel convenant, direct met de Belastingdienst. Voor het midden- en kleinbedrijf werkt het anders. Het MKB neemt deel via het convenant Fiscaal Dienstverleners, ook wel aangeduid als HT FD. Een fiscaal dienstverlener, zoals een accountants- of administratiekantoor, sluit een koepelconvenant met de Belastingdienst. Ondernemers die bij die dienstverlener zijn aangesloten, nemen deel via dat koepelconvenant en hoeven zelf geen uitgebreid Tax Control Framework op te zetten. De dienstverlener borgt de kwaliteit en speelt daarmee een poortwachtersrol; de ondernemer deelt in de zekerheid die horizontaal toezicht biedt.

Waar wringt het?

Horizontaal toezicht is goed bedacht. Het kent alleen zijn grenzen, en die worden zichtbaarder naarmate het systeem ouder wordt.

Het meest voor de hand liggende probleem is schaalbaarheid. Vertrouwen opbouwen kost structureel tijd, aan beide kanten van de tafel. De relatie moet groeien, het fiscale beheersingssysteem moet worden getoetst, en steekproeven moeten periodiek uitwijzen dat de afspraken ook in de praktijk worden nagekomen. Voor de Belastingdienst is dat een capaciteitsvraag die niet eenvoudig op te lossen is door meer mensen in te zetten. Voor de ondernemer zijn het uren die ergens vandaan moeten komen, los van de kosten van het opzetten en onderhouden van een Tax Control Framework.

Daar komt bij dat de verhouding minder gelijkwaardig is dan het woord "horizontaal" doet vermoeden. De Belastingdienst bepaalt de kaders, de criteria, en uiteindelijk ook of je daaraan voldoet. De ondernemer schikt zich daarin. Dat is geen verwijt; het is een structurele realiteit die niet weggeschreven kan worden in een convenant, hoeveel "wederzijds vertrouwen" er ook in staat.

Sinds de herziening van het stelsel rond 2020 worden individuele convenanten spaarzamer afgesloten. Het MKB leunt daardoor steeds zwaarder op zijn fiscaal dienstverlener. De kwaliteit van horizontaal toezicht hangt voor veel kleine ondernemers volledig af van de vraag hoe goed hun accountant of administrateur het koepelconvenant naleeft en onderhoudt. Het is een afhankelijkheid die weinig mensen hardop benoemen, maar die wel degelijk bestaat.

Het diepste probleem is van een andere aard. Een convenant legt de intentie vast en het feit dat processen op orde zijn. Het bewijst niet dat elke individuele aangifte correct is. Vertrouwen blijft een aanname. De toezichthouder leunt op steekproeven en op de kwaliteit van het beheersingssysteem, niet op verificatie van de feiten zelf. Dat werkt prima zolang het werkt. Het geeft alleen geen absolute zekerheid. En naarmate organisaties complexer worden, belastingstructuren internationaler, en de druk op de Belastingdienst groter, wordt die aanname kwetsbaarder.

Zolang alles goed gaat, valt dat verschil nauwelijks op. Maar zodra er twijfel ontstaat, komt de bewijslast terug. Dan moet je alsnog laten zien wat er is gebeurd: gegevens worden opgevraagd, dossiers geopend, exports gemaakt en aansluitingen tussen systemen gereconstrueerd. Horizontaal toezicht vermindert de frictie, maar haalt die afhankelijkheid van achteraf uitleggen niet weg.

De wiskundige variant

Stel je hetzelfde principe voor als horizontaal toezicht, maar met wiskundig bewijs in plaats van afspraken.

De cijfers onder de aangifte kloppen aantoonbaar: de optelling, de herkomst, de volledigheid. En dat kun je nalopen zonder alles te hoeven zien.

De wiskundige basis voor dat idee is niet nieuw; ze wordt al jaren onderzocht en toegepast. Concreet gaat het om digitale handtekeningen, tijdstempels en cryptografische bewijzen dat gegevens sinds vastlegging niet zijn veranderd. Je kunt aantonen dat iets correct is zonder de onderliggende gegevens te onthullen. Aantonen zonder te onthullen, controleren zonder alles te weten. Denk aan een kassabon die bewijst dat de optelling klopt, zonder dat je de individuele posten hoeft in te zien. Of een slot dat bewijst dat iemand de sleutel heeft, zonder de sleutel zelf te laten zien.

Vertaald naar fiscale data betekent dat: de gegevens blijven bij de bron. Geen centrale kopie nodig, geen centrale database waar alles samenkomt en waar de risico's van dat samenkomen meespelen. Wat er is gebeurd, ligt vast in een onveranderlijk auditspoor dat achteraf te verifiëren is, en dat er niet anders uitziet dan het gisteren deed. Aanpassingen zijn zichtbaar; het spoor spreekt voor zichzelf.

Neem een btw-aangifte. Vandaag toetst de toezichthouder de kwaliteit van het proces erachter en trekt af en toe een steekproef uit de onderliggende facturen. In de wiskundige variant kun je aantonen dat het aangegeven bedrag klopt met de administratie waaruit het komt, zonder dat je die administratie hoeft te openen. De toezichthouder ziet niet elke transactie, maar krijgt wel het bewijs dat de optelling klopt en dat er onderweg niets is veranderd. Dat is een andere rolverdeling. De ondernemer houdt zijn gegevens bij zich, en de toezichthouder houdt zekerheid over, in plaats van een stapel dossiers om door te spitten.

Het gaat om vragen die je vandaag vaak alleen met een geopend dossier kunt beantwoorden. Is deze aangifte gebaseerd op dezelfde gegevens die eerder zijn vastgelegd, en is daar later niets aan veranderd? Sluit dit totaal aan op de onderliggende posten? In de wiskundige variant kun je die aantonen zonder de stukken zelf op tafel te leggen.

Eerlijk is ook wat die wiskunde niet doet. Ze bewijst dat gegevens onveranderd zijn, dat totalen aansluiten en dat afgesproken regels zijn gevolgd. Of een factuur echt is, en of een fiscale kwalificatie juridisch juist is, blijft mensenwerk. Precies zoals bij horizontaal toezicht zelf.

Het gevolg is wel dat zekerheid naar voren schuift. Je wacht niet meer op een steekproef om te weten of een aangifte klopt. De correctheid zit ingebakken in hoe de gegevens zijn vastgelegd en bewaard. Dat is een ander soort zekerheid dan horizontaal toezicht tot nu toe kan bieden: geen vertrouwen in het systeem dat de aangifte heeft opgesteld, maar verifieerbare zekerheid over de gegevens waarop die aangifte rust.

Dit vervangt horizontaal toezicht niet. Dat misverstand is de moeite waard om meteen weg te nemen. Een convenant regelt de relatie, de verwachtingen, en de afspraken over wat goede fiscale beheersing inhoudt. Die laag blijft nodig, los van welke techniek je ernaast zet. De wiskundige variant is een aanvulling die ernaast draait, niet een vervanging die van bovenaf wordt opgelegd. Stap voor stap, met een go/no-go per fase, geen big-bang migratie van het hele stelsel in één keer.

mintBlue werkt hieraan in pilots en proof-of-concepts, samen met toezichthouders. Het is R&D-werk: vroeg, voorzichtig en tastend. Geen productieclaims, geen voorspellingen over de uitkomst of de tijdlijn. Wel een serieuze vraag die achter het werk schuilt: als je vertrouwen wiskundig kunt onderbouwen, is afspreken dan eigenlijk genoeg?

Wat betekent dit voor jou?

Dat hangt af van wie je bent.

Als ondernemer betekent het minder tijd besteed aan het bewijzen van goede trouw via gesprekken en relatieopbouw. Minder afhankelijk van de vraag of je toevallig een goede contactpersoon treft bij de Belastingdienst, of van de vraag hoe secuur jouw fiscaal dienstverlener het koepelconvenant bijhoudt. Meer zekerheid die je zelf kunt nagaan, in plaats van zekerheid die je moet afwachten.

Als fiscaal dienstverlener geeft het een andere manier om de kwaliteit van je werk aan te tonen. Niet alleen via een intern systeem dat je aan de Belastingdienst laat zien, maar via een spoor dat objectief verifieerbaar is. De grondslag voor het koepelconvenant wordt daarmee concreter en minder afhankelijk van de persoonlijke relatie.

Voor de toezichthouder betekent het lichter toezicht voor degenen die het goed doen, zonder dat je dat hoeft te veronderstellen. Makkelijker om het goed te doen, moeilijker om het fout te doen.

Horizontaal toezicht is gebouwd op een mooie gedachte: we wantrouwen je niet, we werken samen. Maar samenwerking is ook kwetsbaar als ze alleen op afspraken berust. De vraag die het systeem open laat is eerlijk: hoe lang kun je dit "vertrouwen" blijven noemen als de toezichthouder uiteindelijk niet verder komt dan aannemen? Als er een manier bestaat om dat vertrouwen te onderbouwen met iets dat je kunt controleren, is het de moeite waard om dat serieus te nemen.